Zomerse winterzaterdag.
Het blijft een rare winter met grote tegenstellingen.
Hadden we van vrijdag op zaterdag de koudste nacht sinds jaren met temparaturen van -8 tot -22, zaterdag overdag leek het wel voorjaar ondanks dat het -6 graden was.
Ondanks de lage temperaturen kon er jammer genoeg op het grotere water nog steeds niet geschaatst worden.
Veel mensen zochten hun schaatsplezier op de ijsbanen, kleine slootjes, vijvers of ondergelopen landjes zoals bijvoorbeeld in de nieuwbouwwijk Nieuw Leyden.
Wel een mooi gezicht de boten in de Zijlsingel in de ongerepte sneeuw.
Ook de Zoeterwoudsesingel werd nog vrijwel niet gebruikt om te schaatsen.
Ik keek naar de overkant en dacht, zo hoog is die helling eigenlijk helemaal niet.
Als kind nam ik mijn sleetje mee naar de singel en vloog (in mijn verbeelding) van de helling af het ijs op.
Ik vroeg nog aan de boom, is die helling verlaagd in de loop der jaren?
Maar ja, ik heet geen Irene dus kreeg geen antwoord.
Toevallig liep Adrie langs een oud buurtgenootje uit de tijd dat ik hier in de omgeving woonde.
We hadden het even over de schaatsen op de Singel en vooral bij ons op de kade.
Opeens wist ik wat ik wilde zien vanmiddag, de slootjes uit mijn jeugd.
Ik zou niet meer weten hoe vaak ik in dit slootje aan het eind van de van Vollenhovekade heb gelegen.
Er stonden hier toen diverse scholen, voor en na schooltijd en in de pauze gingen we ijssiebrouwen.
IJssiebrouwen en schotsielopen daarmee kon je toch al snel de held van de winter worden bij ons in de buurt.
IJssiebrouwen kon iedereen maar het schotsielopen was behalve een sensatie ook een hele kunst.
Ik keek naar het ongerepte ijs en dacht, ijssiebrouwen is er niet meer bij tegenwoordig.
Waar vrijwel niet werd gebrouwd was bij de Uhlenbeckkade.
Je gaat natuurlijk niet in het zicht van je ouders ijssiebrouwen en het was een mooie lange schaatsbaan.
Wat een rust op het ijs, toen wij er nog woonden was het dringen geblazen als er ijs lag.
Ik keek naar de straat en dacht, het is nog steeds een mooie wijk om te flippen.
Ja wij flipten al op tienjarige leeftijd en dan ook nog zonder LSD.
Flippen was het hangen achter auto's als het gesneeuwd had.
En dan niet lullig met een sleetje.
Nee, we stonden te wachten op de hoek van de straat en zodra er een auto langskwam grepen we de achterbumper en lieten ons door de wijk slepen.
Er zijn in de straten bijna geen putdeksels te vinden dus nog steeds uitstekend om te flippen.
Kwam je namelijk een putdeksel tegen waar geen sneeuw op lag dan had je een probleem en maakte je een gigantische klap.
Wij waren natuurlijk ook niet gek en controleerden eerst de hele wijk op plekken waar je de auto los moest laten.
Het ging natuurlijk wel eens fout, maar met drie tandartsen en een paar huisartsen in de wijk was de schade vaak snel hersteld.
Ik realiseerde mij dat flippen een uitgestorven sport is want auto's hebben geen bumpers meer tegenwoordig.
Dan zit er voor de jeugd in de wijk niets anders op dan wat krabbelen op het ijs.
Over krabbelen gesproken, ook de vijver bij ons achter wordt dit jaar weer eens goed gebruikt.
Mooi plekje om veilig te oefenen en,.................................denk dat ik er vanavond zelf ook nog maar even een paar rondjes op ga maken.
In de slideshow nog wat foto's van deze zonnige zaterdag.
Reacties
Vandaag was het druk op de singels, wij hebben gekeken. oma
Logisch ,je weet dan niet of wat er onder zit je zal houden !