Glibber is geen professioneel kunstkenner, maar heeft best wel een beetje kijk op een aantal vormen van kunst.
Kunst is natuurlijk iets heel persoonlijks, je kan iets mooi, grappig of afschuwelijk vinden.
Afgelopen weekend werd ik geconfronteerd met de vraag wat is een professioneel kunstenaar.
Als leek denk ik dan, dat is iemand die met zijn kunst toch een redelijke grote groep mensen aanspreekt en er volledig zijn beroep van gemaakt heeft.
Zijn sporen verdiend heeft in de kunst, regelmatig verkoopt, eventueel een opleiding heeft genoten op bijvoorbeeld de kunstacademie, en kunst kan uit en overdragen aan anderen.
In Leiden hebben we Haagweg 4, een oude ambachtschool die destijds door kunstenaars gekraakt is om atelierruimte te krijgen.
Ondertussen is het pand gelegaliseerd en doet dienst als officieel Kunstcentrum van Leiden.
Momenteel wordt het centrum gerenoveerd en heeft de gemeente in al haar "wijsheid" besloten te toetsen wie er wel en niet professioneel kunstenaar is en thuishoort in het centrum.
Zat er een tijdje geleden nog muziek in zijn tentoonstellingen, nu gaat het lijken op een dodenmars van de kunst als het aan de commissie ligt.
Ik ken de ondertussen bijna zestigjarige Dick Bakhuizen al van jongs af aan en weet niet beter dan dat hij kunstschilder is.
Toevallig spreekt zijn werk mij ook nog aan en komen we elkaar regelmatig tegen in de stad.
Behalve surrealistisch werk maakt hij tegenwoordig ook portretten geheel op zijn eigen manier.
Deze van Jan Wolkers is daar zo'n voorbeeld van.
Regelmatig bezocht ik zijn tentoonstellingen in ondere de Hooglandse kerk.
Deze druk bezochte tentoonstellingen geven wel aan dat Dick en geliefd en gewaardeerd kunstenaar is in Leiden.
Ik schrok dan ook van de mail die ik van Dick kreeg waaruit bleek dat de toetsingscommissie niet van plan was Dick als professioneel kunstenaar te erkennen en dat hij zodoende waarschijnlijk zijn atelierruimte in het Kunstcentrum Haagweg 4 moet verlaten.
Ondanks dat ik leek ben, durf ik toch te stellen dat Dick Bakhuizen van den Brink al jaren tot een van de meest aansprekende Leidse kunstschilders behoort.
Zijn werk is in binnen en buitenland bekend, en ook prinses Maxima was verguld met het portret wat zij van hem aangeboden kreeg enkele jaren geleden.
Ik heb geen idee welke "cultuurbarbaren" er in de bewuste commissie zitten, maar dat ze waarschijnlijk geen oog voor kunst en kunstenaars hebben mag duidelijk wezen.
Een kunstenaar die al meer dan 35 jaar beroepsmatig bezig is, veel van zijn werk kan verkopen en gewaardeerd wordt in binnen en buitenland, die durven zij af te wijzen als professioneel kunstenaar.
Iemand die ruim 35 jaar als beroepskunstenaar bezig is dreigt door deze commissie zijn atelier en werk te verliezen.
Ik vraag mij af welke kunstenaars wel door hun toetsing heenkomen, en of de blindegeleidehonden van de commissieleden wel alle ateliers kunnen bezoeken.
Want je maakt mij als leek niet wijs dat iemand met een beetje oog voor kunst een beslissing als deze kan nemen.
Ik schrok van de mail van Dick waarin hij vroeg aandacht te schenken aan dit stukje onrecht en wanbeleid.
Dick is een schilder en geen redenaar en vroeg in zijn mail om hem te steunen door een mailtje te sturen waarin je aangeeft dat Dick wel zeker een professioneel kunstenaar is.
Het is dan ook extra triest en naar mijn mening kunst-onzinnig als je een mail als deze moet krijgen.
Mocht je door bovenstaande foto's en onderstaande slideshow ook het idee hebben dat Dick inderdaad een professioneel kunstenaar is, stuur hem dan een mailtje om hem te steunen in zijn bezwaar tegen de beslissing van de commissie.
Reacties
Ik vind wel dat iedereen een kans moet krijgen.
Kunst zou toch voor vrijheid moeten staan.
Geen regels.
Ik vind het kunst met een grote K.
b. De toetsing dient plaats te vinden door leden van wie vaststaat dat ze degenen die getoetst worden, niet persoonlijk kennen. Dit om willekeur en vriendjespolitiekuit te sluiten. (Ik weet niet zeker of dat huer het geval is.)
c. Om als professioneel kunstenaar te worden erkend, moetde kunstenaar aantonen dathij voldoende werk verkoopt, om ervan te kunnen leven, waardoor dit zijn belangrijkste bron van inkomen is.