Voor mijn werk had ik van de week meerdere afspraken in Rotterdam.
Ondanks mijn TomTom weet ik toch altijd nog verkeerd te rijden in Rotterdam, dat is geen kunde, dat is gewoon een gave houd ik mezelf altijd maar voor.
Maar van de week kon het niet missen en kon ik het zelfs zonder navigatie af.
Ik moest op het Stadhuisplein zijn, nou dat was een makkie het Stadhuis ligt aan de Coolsingel en daarvoor zal wel het Stadhuisplein zijn.
Over het algemeen wordt ik bij mijn klanten altijd erg vriendelijk en netjes ontvangen.
Maar toen ik aan kwam rijden dacht ik, nou nou dit is ook wel wat overdreven om een accountmanager te ontvangen.
Ik was een kwartiertje te vroeg dus dacht laat ik maar even wachten.
Mijn oren zijn behoorlijk goed, daarom hoorde ik die mevrouw vragen, "hoelaat komt Glibber".
Hij mocht natuurlijk niets zeggen, maar omdat hij het belang van de vraag ook wel snapte, siste hij tussen zijn tanden door, "vraag het maar aan mijn collega's".
Maar ook die hadden zwijgplicht en liepen strak door.
Vond het wel verstandig, niet iedereen hoeft te weten waar en wanneer Glibber ergens is dacht ik nog.
Er zouden nog een paar mensen bij het gesprek aanwezig zijn, maar zoveel had ik er nou ook weer niet verwacht.
Nou zit het verkeer daar in die omgeving meestal aardig vast, maar ik had niet verwacht dat mijn klant er zoveel aan zou doen om alle gesprekspartners op tijd bij het Stadhuisplein te krijgen.
Enkele van de gesprekspartners namen gelukkig buiten nog even de door mij opgestuurde informatie door, dat scheelt een hoop uitleg.
Nooit geweten trouwens dat ze in Rotterdam allemaal bedrijfskleding hebben met van die rare petjes.
Het was tijd voor mijn afspraak.
Net op het moment dat ik de rode loper op wilde stappen hoorde ik achter mij, "nou Truus ik heb het wel gezien, ga je mee naar het Stadhuisplein".
Stadhuisplein???? vroeg ik aan de meneer is dat hier niet dan, wijzend op de rode loper.
Nee meneer die ligt achter u daar bij die terrassen.
Gedesillusioneerd draaide ik mij om en liep het plein op.
Ik zag nog net dat de hele poppenkast niet voor mij was maar voor de Duitse Bondskanselier Köhler.
Mijn klant verwelkomde me hartelijk en vroeg of ik nog last had gehad van het bezoek van de Bondskanselier.
Ehhh nee eigenlijk niet, het is dat u het zegt, het was me eigenlijk niet opgevallen.
Reacties